Website van Albert van het Hof
van Doornspijk tot Kostvlies


startpagina genealogie van Thijs Janssoon parenteel van Albert van het Hof 1822 - 1910 kwartierstaat van Sybren en Jitze van het Hof
alle namen mijn favoriete websites ode aan Kostvlies privacy


O, Kostvlies

Er was een tijd, heel lang geleên, het was voorjaar en dag

Dat hier de mens nog niet verscheen, geen dorp of vlek hier lag

Toen haasjes vrolijk huppelden, in licht en zonneschijn

De krekels en de vlindertjes, nog hielden hun festijn

Toen was dit oord een paradijs, voor al het wild geveerd

Ze werden van geen zorgen wijs, elk floot of kwinkeleerd’.

Refrein:

Toen kwam de mens een enkeling, hij zocht hier zijn bestaan

Hij kwam hier als een vreemdeling, uit Gelderland vandaan

Zijn eerste woonstee was een hut, van plaggen opgebouwd

Voor wind en regen slecht beschut, toch heeft 't hem niet berouwd

Hij ademde de vrije lucht, al was die soms ook guur

Hij was voor zorgen niet beducht, hij minde de natuur.

Refrein:

De enk 'ling werd door meer gevolgd, en langzaam wies de streek

Het mensental vermeerderde, de woeste grond, zij week

En nu, najaren harde strijd, heeft ieder zijn bestaan

Men herkent ons plaatsje wijd en zijd, wij durven het wel aan

Ons Kostvlies bloeide immer meer, zij zal niet meer vergaan

Heft daarom dan nog deze keer, 't refreintje met ons aan.

Refrein:

O, Kostvlies, O, Kostvlies

Gij nietig plekje op deez aard

Waar 'k 't levenslicht aanschouwde

En allicht mijn sterfuur slaat

Waar 'k luchtkastelen bouwde

In een zorgeloze jeugd

Gij zijt mij 't dierbaarst plekje

Mijn bron van alle vreugd.

                           volkslied van Kostvlies

                               van een onbekende dichter

                                       bron: Kostvlies en zijn School